naar
inhoud ![]() |
|
|||||||||||||
|
|
||||||||||||||
|
Visie op onderwijs voor leerlingen met taal- en spraakproblemen In de kleuterschool De taalklassen kleuters zijn uitgebouwd voor kinderen met een spraak- en taalstoornis. De taalontwikkeling verloopt van bij het begin vertraagd. De kleuter wordt onvoldoende opgevangen in de bestaande onderwijsvormen. De kleuter wordt naar onze school doorverwezen door één
van de volgende diensten: Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS), Centrum
voor Leerlingenbegeleiding (CLB), thuisbegeleidingsdienst, revalidatiecentrum,
enz. Aan het begin van het schooljaar wordt een diagnostisch rapport opgesteld.
Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt voor elk kind een
individueel handelingsplan opgesteld en worden de kleuters ingedeeld in
kleine klasgroepen. Het taalstimuleringsprogramma neemt één schooljaar in beslag. Op het einde van het schooljaar wordt de kleuter opnieuw geëvalueerd. Op basis van de eindevaluatie zijn verschillende beslissingen mogelijk: gewoon onderwijs, geïntegreerd onderwijs, extra schooljaar taalklas of buitengewoon onderwijs. In de lagere school De taalklassen lager onderwijs zijn uitgebouwd voor kinderen met een primaire
spraak- en taalstoornis zoals dysfasie, dyspraxie,... die niet het gevolg
zijn van o.a. sociale factoren (bvb. meertaligheid), verstandelijke beperking,
gehoorstoornis, autisme, … Het lagere schoolkind wordt naar onze school doorverwezen door één van de volgende diensten: Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen, Centrum voor Leerlingenbegeleiding, thuisbegeleidingsdienst, revalidatiecentrum, enz. Bij het begin van het schooljaar moet het kind een taal- en diagnostisch onderzoek ondergaan. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt voor elk kind een individueel handelingsplan opgesteld. Het aantal kinderen per graadsklas is beperkt, zodat er ruimte is voor interactie tussen de leerkracht en het kind, voor individuele instructie en remediëring waar het nodig blijkt. In de taalklassen lager onderwijs wordt met het gebruik van aangepast
didactisch materiaal (visualisering) en met een intensieve en paramedische
begeleiding (logopedisten, kinesisten, psychologen) de taalverwerving
maximaal gestimuleerd. Voldoende aandacht gaat naar de schrijfmotoriek,
de zelfredzaamheid, de sociaal-emotionele factor, ... . Indien mogelijk (her)oriënteren
wij naar het gewoon onderwijs, al dan niet met GON-begeleiding. In de secundaire school De taalklassen secundair onderwijs zijn uitgebouwd voor leerlingen met een primaire spraak- en taalstoornis zoals dysfasie, dyspraxie en dergelijke, die niet het gevolg zijn van o.a. sociale factoren (bv. meertaligheid), verstandelijke beperking, gehoorstoornis of autisme. Een differentiaaldiagnose wordt gesteld door het Centrum voor Ontwikkelingsstoornissen (COS). De taalontwikkeling verloopt van in het begin vertraagd. Deze jongeren kunnen onvoldoende worden opgevangen in de bestaande onderwijsvormen. De leerling komt reeds uit een taalklas lager onderwijs of wordt naar onze school doorverwezen door één van de volgende diensten: Centrum voor OntwikkelingsStoornissen, Centrum voor LeerlingenBegeleiding, thuisbegeleidingsdienst, revalidatiecentrum enzovoort. In de taalklassen secundair onderwijs wordt gebruik gemaakt van aangepast didactisch materiaal. Er is een intensieve paramedische begeleiding (logopedisten, orthopedagogen). De onderwijs- en klasactiviteiten worden visueel ondersteund om het leerproces te bevorderen. Er zijn kleine klasgroepen om de interactie te bevorderen en sterk te kunnen inspelen op de individuele noden. Veel aandacht gaat naar taalverwerving in functionele en communicatieve contexten. De aandacht ligt niet op de geïsoleerde vaardigheden, wel op vaardigheden die leerlingen in hun latere (beroeps)leven nodig hebben. De leerlingen krijgen een beroepsopleiding om op de gewone arbeidsmarkt terecht te komen. Ze leren hun sterke kanten in de verf te zetten en hun moeilijkheden op gebied van taal en praxie te compenseren.
|
|||||||||||||