naar inhoud Terug naar de startpagina
Home - Over ons - Contact - Nieuws - Kalender - Prikborden - Vorming - Personeel - Sitemap - Congres  

gehoor

basisschool   secundair   internaat   geïntegreerd onderwijs   gebarenschrift

Gebarenschrift:

inhoud

 home > gehoor > gebarenschrift > GebarenSchrift in de lagere school

Woordbouw: hoe woorden veranderen als je ze in een zin zet

Als je in het Nederlands een werkwoord in een zin zet is de vervoeging afhankelijk van de persoon.
- ik loop
- de jongen loopt


Woordbouw

Het werkwoordgebaar veranderd van richting, afhankelijk van de persoon. Een veranderlijk werkwoordgebaar in VGT. Dit oefenen we ook samen met de kinderen. We leren tijdens de lessen grammatica wat werkwoordgebaren zijn. Dat er werkwoordgebaren zijn die veranderen en dat er zijn die niet veranderen.

Maar handvormen kunnen ook veranderen in een gebaar. Ik kan bijvoorbeeld het werkwoordgebaar ‘geven’ gebruiken.
Ik geef een bloem.

Woordbouw

Een gebaar kan ook veranderen als het om een samenstelling gaat. Een samenstelling in VGT kan op verschillende manieren gebeuren. Het kan lijken op het Nederlands bijvoorbeeld bij de woorden ‘huis’ en ‘werk’ = huiswerk. Hier zie je wel een verschil in parameters tussen de gebaren.

Woordbouw

Bij huis en werken zijn er meer aanrakingen en is de oriëntatie van de handvormen ook anders.

Maar het kan ook anders zijn, het kan een andere volgorde hebben ‘bloedneus’ = neus + bloeden. Of een woord in het Nederlands kan een samenstelling zijn in VGT. Bijvoorbeeld het gebaar ‘ouders’ is een samensmelting van de gebaren ‘mama’ en ‘papa’. Waarbij er weer en verschil is in parameters.

Woordbouw

< terug