naar inhoud Terug naar de startpagina
Home - Over ons - Contact - Nieuws - Kalender - Prikborden - Vorming - Personeel - Sitemap - Congres  

autisme

basisschool   secundair   internaat   geïntegreerd onderwijs

visie

 home > autisme > visie

Visie op onderwijs voor leerlingen met autismespectrumstoornissen

1. Autisch denken is anders denken

Personen met een autismespectrumstoornis (of ASS) hebben kwalitatieve tekorten op 3 domeinen: communicatie, sociale omgang en stroef denkvermogen. Aan de basis van deze problemen ligt het autistisch denken. Mensen met een ASS selecteren en verwerken de informatie die zij opnemen anders dan mensen zonder een ASS. Zij hebben het moeilijk om rekening te houden met de context, zij richten zich op details. Dit anders denken leidt tot:

  • moeilijk samenvoegen van prikkels tot een zinvol geheel
  • zich richten op het letterlijk waarneembare
  • moeilijk vatten van betekenissen
  • problemen om zichzelf te verplaatsen in het standpunt van de ander
  • niet vlot verlopen van processen als plannen, organiseren en oplossen van problemen


2. Onderwijs aan leerlingen met een autismespectrumstoornis in Kasterlinden

In wat volgt, beschrijven we kort hoe we in Kasterlinden proberen in te spelen op dit anders denken om het onderwijs aan kinderen en jongeren met een ASS zo zinvol mogelijk te laten verlopen.

2.1. Betekenisverlening

Gezien het feit dat personen met een ASS het moeilijk hebben om betekenis te verlenen aan opgenomen informatie, is het belangrijk dat de omgeving hen verduidelijking biedt. Deze verduidelijking wordt aangeboden op het individuele niveau van het kind. Om dit niveau te bepalen voeren we een functioneel onderzoek uit.
Verbanden leggen is niet gemakkelijk voor personen met een ASS. We besteden aandacht aan het verduidelijken van de verbanden. We benadrukken de essentie.
Het leerproces verloopt gefaseerd : nieuwe vaardigheden worden opgesplitst in deelstappen.

Doordat personen met een ASS problemen hebben om nieuw aangeleerde vaardigheden te veralgemenen naar het dagelijks leven, is het belangrijk dat de vaardigheid in verschillende contexten wordt aangeleerd.

2.2. Verduidelijking van de ruimte en de tijd

Het moet duidelijk zijn voor de leerlingen wat ze waar moeten doen. Dit betekent dat de verschillende ruimten in de school overzichtelijk ingericht zijn. Elk (deel van het) lokaal heeft een eigen functie.
Ook moeten de leerlingen weten wanneer ze iets moeten doen en hoelang de activiteit zal duren. Uit het individueel functioneel onderzoek blijkt welk middel het meest geschikt is voor welk kind om de tijd te verduidelijken: lessenrooster, daglijn (concreet materiaal, foto's, picto's, woorden,...)
Binnen onze school kiezen we ervoor om de autiwerking als een aparte entiteit te benaderen. Dit betekent dat de leerlingen met een ASS les volgen in aparte klaslokalen en dat ze de speeltijd apart doorbrengen.

2.3. Duidelijke communicatie

De leerlingen moeten op een ondubbelzinnige manier weten wat ze moeten doen. Hiervoor is een aangepaste communicatiestijl nodig: concreet, expliciet en ondubbelzinnig. Indien mogelijk en gewenst wordt visuele ondersteuning aangeboden. Communicatie vereist duidelijke afspraken die consequent dienen nageleefd te worden.

2.4. Sociale competentie

Alle leerlingen met een ASS ervaren problemen met sociale omgang. We kunnen deze problemen trachten te overbruggen door aanpassingen aan te brengen in de omgeving en door de sociale competentie van de leerling te trainen. Sociale competentietraining omvat het aanleren van sociale cognities en sociale vaardigheden. Wat de leerling bijleert aan sociale vaardigheden moet hij/zij ook leren toepassen in gevarieerde situaties van het dagdagelijkse leven. Hier zit vaak het probleem voor leerlingen met een ASS. Tijdens de sociale competentietraining zal men steeds teruggrijpen naar reële situaties en zal men hulpmiddelen aanreiken om het geleerde toe te passen in nieuwe situaties. Er zal echter ook aanpassing vanuit de omgeving nodig zijn. De leerkracht dient datgene wat impliciet verondersteld wordt expliciet te maken.

2.5. Verbeelding

Leerlingen met een ASS missen het vermogen om soepel te denken. Zij hebben dan ook moeite met het flexibel toepassen van hun kennis en vaardigheden in gevarieerde situaties van het dagdagelijkse leven. Leerstof dient daarom ook steeds concreet aangebracht te worden en toegepast te worden in diverse situaties. Er dienen tevens hulpmiddelen aangereikt te worden om de toepassing van het geleerde in nieuwe situaties zo vlot mogelijk te laten verlopen. Wat men aanleert dient functioneel te zijn voor het dagelijkse leven en voor het latere beroepsleven.


3. Inschrijving

3.1. Voorwaarden tot inschrijving

  • De diagnose van een autismespectrumstoornis moet gesteld zijn (multidisciplinair verslag)
  • De ouders en het kind moeten de intakeprocedure doorlopen
  • (Rand)normale begaafdheid
  • Kunnen functioneren in klasverband

3.2. Intakeprocedure

Het doel hiervan is zoveel mogelijk informatie te vergaren van de mensen die het kind kennen, om de overgang naar Kasterlinden zo vlot mogelijk te laten verlopen. Tot de intakeprocedure horen vragenlijsten, interviews, klasobservaties en huisbezoeken.

  • Bevraging ouders - functionaliteit
  • Bevraging kind -; peilen naar motivatie, concrete uitleg over de school en het latere beroepsleven (BuSO)
  • Bevraging huidige school - functionaliteit


4. Samenwerking met de ouders

Omdat we van oordeel zijn dat de ouders de deskundigen zijn inzake hun kind, vinden we een doorgedreven samenwerking met de ouders noodzakelijk. Voor ieder kind wordt een individueel handelingsplan opgemaakt. Dit handelingsplan bundelt de werkpunten voor ieder kind afzonderlijk. Tijdens oudercontacten wordt dit individueel handelingsplan met de ouders besproken om zo de transfer van de aangeleerde vaardigheden te bevorderen. De autiwerking van Kasterlinden organiseert themagerichte avonden voor ouders. Deze avonden hebben een dubbele bedoeling, namelijk mensen informeren rond autisme, maar ook de ouders in contact brengen met elkaar.